Swin-Mee-Jou, de rooverhoofdman

(153) Swin-Mee-Jou de rooverhoofdman

Deze keer weer een prachtig verhaal dat geschreven is door Jan Buis en in juni 1924 werd gepubliceerd in ‘Katholieke Missiën‘, een maandblad dat werd uitgegeven door de Missionarissen van Steyl: het missiehuis dat Jan Buis als missionaris naar Shandong zond.

Hij is er geweest. – Wie? Wel, Swin-Mee-Jou, een van de drie legeraanvoerders der roovers. Hij was het, die in den nacht van 6 mei 1923 den spoorweg nabij Linching openbrak, den trein overrompelde en de vreemdelingen de bergen in sleepte. Hij was het die met de beiden anderen – Dschau-Tien—Sung en Kou-Tjhi-Tsa – zijn handteekening zette onder het roovervoorstel aan de regeering. Doch nu!!! Helaas, de arme man is er geweest! Om 5 uur in den namiddag van den 19en december werd Swin-Mee-Jou onthoofd.

Ziehier de geschiedenis. Eén der voorwaarden van het roovervoorstel van 14 mei 1923 was, dat zij bij het leger zouden ingelijfd worden. Dat werd hun zwart op wit beloofd met onderteekening van de buitenlanders, vooral van den Amerikaan, van Anderson, die ons missionarissen er natuurlijk niet tusschen wilde hebben (ofschoon pater Lenfers en ik de onderhandelingen met de roovers gevoerd hadden), waarvoor ik hem toen echter reeds dankbaar was en thans nog dubbel dankbaar ben. Door dat verdrag nu werd onze Swin-Mee-Jou generaal, en zijn vrienden-roovers soldaat. Z’n soldaten gingen echter nog zeer gaarne op roof uit, doch dat ging buiten weten van Swin om, die, toen hij daarvoor hoorde, er eenigen over de kling liet jagen. Zoetjes aan kwam er werkelijk orde in het kamp dier wilde heeren. Zelfs wat ‘te veel’ orde volgens de meening van sommigen, die dan ook besloten weg te loopen. (Die overval te Jetoo was op touw gezet door weggeloopen soldaten van Swin.)

Swin echter deed z’n plicht en haalde met getrouwen dagelijks eenige roovers uit hun holen en schuilplaatsen. Het werd er werkelijk rustiger door in deze streken. Maar generaal Swin kreeg slechts ondank, daar een soldaten-overste deze successen als de zijne aan den generalissimus berichtte. Dat vond Swin niks prettig en er ontstond zoo nu en dan een warme woordenwisseling tusschen beiden. Doch daar bleef het niet bij. Toen zijn oom, Swin-Saen-Madseu, Swin vroeg om voor hem en 18 andere roovers een verzoekschrift in te dienen om in het rijksleger ingelijfd te mogen worden, werd zulks door den overste geweigerd. En dat was nog niet alles: die overste wist zijn oom en de 18 roovers op te sporen en liet ze allen onthoofden. Daardoor ontstak baas Swin in woede en vervloekte naar ’s lands wijs den overste, die daardoor óók danig uit zijn humeur geraakte en de liefelijkheden van Swin weer aan den generalissimus meedeelde. Al spoedig ontving hij antwoord. En het gevolg???

De overste liet generaal Swin door een commandant uitnodigen om even bij hem te komen. Swin verscheen, vergezeld van twee zijner officieren. De overste liet hen terstond in boeien slaan en een oogenblik later werd hun zonder veel hocuspocus het hoofd van den romp getikt.

Swin is er dus geweest. Ware hij roover gebleven en aldus als ‘roover-martelaar’ omgekomen, zou hij voorzeker als een der grootste ‘roover-heiligen’ van de 20e eeuw vereerd worden. Nu staat zulks erg te betwijfelen.

Intusschen stijgen er thans weer duistere wolken op uit het kamp der roover-soldaten. Immers, meer dan 2000 roovers zijn reeds soldaat geworden. Terecht redeneeren ze: ‘Als men zóó met onzer aanvoerder doet, wat zal er dan van ons geworden?’

Wel heeft China beloofd, dat hun geen kwaad zal overkomen, maar wat zijn in China beloften!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s