De missie bij de vissers van het Töngchien meer

3

(174) De missie bij de vissers van het Töngchien meer

Deze keer weer een prachtig verhaal dat geschreven is door Jan Buis en in juni 1924 werd gepubliceerd in ‘Aus dem Missionsleben’, een tijdschrift dat werd uitgegeven door de Missionarissen van Steyl: het missiehuis dat Jan Buis als missionaris naar Shandong zond.

Niet lang geleden was ik op het eiland van het Töngchien meer, waar zich 15 dorpen bevinden. Eerder had Pastoor Weig hen geprobeerd tot het Christendom te bekeren. Hij was erin geslaagd een gemeenschap te stichten, maar de strorm van 1900 had deze geheel weggeveegd. Aan het meer ligt een oudere en kleinere gemeenschap, genaamd Tichöfchein. Veel van de lokale Christenen zijn verwant aan de eilandbewoners, en via hen slaagde ik erin een gemeenschap van 30 families te stichten in Jangtjatfwin. Ik stelde een catechist aan om voor deze families te zorgen. Vanuit Tichöfchein nam ik een kleine boot om dit nieuwe station te bezoeken. Lees verder

Swin-Mee-Jou, de rooverhoofdman

(153) Swin-Mee-Jou de rooverhoofdman

Deze keer weer een prachtig verhaal dat geschreven is door Jan Buis en in juni 1924 werd gepubliceerd in ‘Katholieke Missiën‘, een maandblad dat werd uitgegeven door de Missionarissen van Steyl: het missiehuis dat Jan Buis als missionaris naar Shandong zond.

Hij is er geweest. – Wie? Wel, Swin-Mee-Jou, een van de drie legeraanvoerders der roovers. Hij was het, die in den nacht van 6 mei 1923 den spoorweg nabij Linching openbrak, den trein overrompelde en de vreemdelingen de bergen in sleepte. Hij was het die met de beiden anderen – Dschau-Tien—Sung en Kou-Tjhi-Tsa – zijn handteekening zette onder het roovervoorstel aan de regeering. Doch nu!!! Helaas, de arme man is er geweest! Om 5 uur in den namiddag van den 19en december werd Swin-Mee-Jou onthoofd. Lees verder

Waarom de roovers mij met rust laten

1

(107) Waarom de roovers mij met rust laten

Deze keer een prachtig verhaal dat geschreven is door Jan Buis en in april 1924 werd gepubliceerd in ‘Katholieke Missiën’, een maandblad dat werd uitgegeven door de Missionarissen van Steyl: het missiehuis dat Jan Buis als missionaris naar Shandong zond.

De herfst is de oogsttijd, niet alleen van bruine boonen en boerenkool, maar ook van onsterfelijke zielen – ten minste hier in China. In den zomer is het te warm om veel te reizen en in de winter vaak te koud, maar in den herfst jagen we als het waren van de eene plaats naar de andere om missies te geven en catechismus-onderricht; om kinderen te koopen, nieuwe leerlingen voor het catechumenaat aan te winnen enz. enz.

Op het ogenblik zit ik weer midden in die zielenjacht of liever: zat ik; want plotseling hebben de roovers er een stokje voor gestoken, en vind ik nu dus tijd om jullie dat eventjes te vertellen. Lees verder

Een bijzondere mis van pastoor Wang

7

(94) De mis van pastoor Wang

Zoals jullie in de vorige post lazen, zat ik laast (voor het eerst in mijn leven!) in de kerkbanken tijdens een reguliere katholieke mis. In een kerk op het platteland van Shandong, waar een mis toch wel iets anders verloopt dan in Nederland. Hoe het eraan toegaat tijdens zo’n Chinese plattelandsmis kun je uitgebreid lezen in de vorige post.

Tijdens de mis van pastoor Wang zat ik samen met Zhang Yang, Wang Jiang en Zhang Li in de achterste kerkbank. Pastoor Wang is een goed spreker en hij betrok actualiteit in zijn preek, het was een toegankelijke mis. Halverwege zei hij ineens, uit het niets: “We hebben vandaag een bijzondere gast in ons midden, Zhūdí, een verre nazaat van pastoor Bó Yìsī (Jan Buis), een missionaris die in 1892 naar China kwam om het geloof te brengen.” Ik verstijfde op mijn bank want dat had ik niet aan zien komen. Het was de kerkgangers natuurlijk al opgevallen dat er een lǎowài aanwezig was, waar ze vriendelijk naar knikten maar verder niets over vroegen. Pastoor Wang gebaarde dat ik naar voren moest komen, alle aanwezigen draaiden zich naar mij om en ik kon niet anders dan naar het altaar lopen. Daar aangekomen deed pastoor Wang een stap naar achteren en gaf me zonder verdere inleiding de microfoon. Lees verder

Twee katholieke missen in Shandong

5

(94) Twee katholieke missen in Shandong

Naar een mis van pastoor Sun

Pastoor Sun is een lange, dunne man van in de veertig met een bril. Hij woont bij een kleine kerk die 20 jaar geleden is gebouwd, een betonnen gebouw aan een binnenplaats zonder enige charme. Pastoor Sun bewoont hier een enkele kamer, sparaans ingericht met een metalen bed, een salontafel, een houten bank, een kast een een bureautje. Aan de muur hangen een poster van Jezus en een cruxifix.

We gaan naar de zaterdagsmis om zes uur ’s ochtends, en dit is voor Zhang Yang, Zhang Li en Wang Jiang de eerste keer dat ze een Christelijke mis bij zullen wonen. Als de mis begint zit het kerkje halfvol, met in totaal circa 30 mensen. De aanwezigen zijn – met uitzondering van één non – stuk voor stuk hoogbejaard, maar maken bij binnenkomst allemaal probleemloos een bijzonder diepe knieval voor het altaar. Op 3 mannen na zijn alle aanwezigen vrouw: Chinese omaatjes met gewatteerde jassen en gebreide mutsjes. Om zes uur stipt begint de mis. We hebben de eer om een mis van bisschop Lv bij te wonen, die toevallig deze dag de kerk bezoekt. Lees verder