Zoals jullie in de vorige post lazen, zat ik laast (voor het eerst in mijn leven!) in de kerkbanken tijdens een reguliere katholieke mis. In een kerk op het platteland van Shandong, waar een mis toch wel iets anders verloopt dan in Nederland. Hoe het eraan toegaat tijdens zo’n Chinese plattelandsmis kun je uitgebreid lezen in de vorige post.
Tijdens de mis van pastoor Wang zat ik samen met Zhang Yang, Wang Jiang en Zhang Li in de achterste kerkbank. Pastoor Wang is een goed spreker en hij betrok actualiteit in zijn preek, het was een toegankelijke mis. Halverwege zei hij ineens, uit het niets: “We hebben vandaag een bijzondere gast in ons midden, Zhūdí, een verre nazaat van pastoor Bó Yìsī (Jan Buis), een missionaris die in 1892 naar China kwam om het geloof te brengen.” Ik verstijfde op mijn bank want dat had ik niet aan zien komen. Het was de kerkgangers natuurlijk al opgevallen dat er een lǎowài aanwezig was, waar ze vriendelijk naar knikten maar verder niets over vroegen. Pastoor Wang gebaarde dat ik naar voren moest komen, alle aanwezigen draaiden zich naar mij om en ik kon niet anders dan naar het altaar lopen. Daar aangekomen deed pastoor Wang een stap naar achteren en gaf me zonder verdere inleiding de microfoon. Lees verder




