Van Nederlanders wordt gezegd dat we recht-vooor-z’n-raap zijn, geen blad voor de mond nemen en de dingen niet mooier laten lijken dan dat ze zijn. Als je aan een Nederlander vraagt of die witte broek je kont niet dik laat lijken, zal hij eerder eerlijk ja zeggen dan dat hij om de waarheid heendraait om maar beleefd te zijn. Je bent praktisch gezien immers slechter af als je rond blijft lopen in een broek die je niet staat, dan dat je jezelf misschien even niet prettig voelt bij het idee dat je kont er dik uitziet.
Chinezen kunnen goed om de hete brij heendraaien in verschillende opzichten. Zo zal een Chinees als je hem de weg vraagt en hij eigenlijk niet weet welke kant je op moet, je meestal toch een willekeurige richting insturen. Dat geeft hem minder ‘gezichtsverlies’ dan eerlijk zeggen dat hij het ook niet weet.
Ondanks dat hebben Chinezen er ook een handje van eerlijk en recht-voor-z’n-raap te zijn, maar dan op een heel andere manier dan Nederlanders. Lees verder


