1) Samen met een Duitse vriendin ben ik in de grootste boekenwinkel van Beijing. We kijken rustig rond, tot er een Chinese man van middelbare leeftijd naar ons toekomt. Hij is niet al te schoon, draagt oude kleren en met iedere zin die hij uitspreekt komt er een ongelooflijke walm uit zijn mond. Hij vertelt in niet al te slecht Engels dat hij net drie dagen met de trein onderweg is geweest van zijn thuisstad naar Beijing, omdat hij de volgende dag een belangrijk interview heeft. Dat hij tijdens die treinreis niets gegeten heeft, nu erg veel honger heeft en wil dat wij hem mee uit eten nemen.
Wij kijken elkaar vertwijfeld aan, want wie zit er nu te wachten op een wildvreemde, stinkende kerel die zegt dat je hem wel even mee uit eten kunt nemen? Lees verder




