Ik ben een lǎowài

4

(75) Ik ben een laowai

Het officiële Chinese woord voor buitenlander is wàiguórén, wat letterlijk ‘persoon uit het buitenland’ betekent. In de volksmond worden buitenlanders echter vrijwel altijd lǎowài genoemd. Lǎowài betekent letterlijk zoiets als ‘ouwe van buiten’ en hoewel dat in Westerse oren vrij respectloos klinkt, is het in China een normale manier van aanspreken. Het zou zelfs als geuzennaam kunnen worden gezien. Lǎo betekent namelijk ‘oud’, ouderen worden in China gerespecteerd en iemand met ‘lǎo’ voor de naam aanspreken geeft aanzien. Lees verder

Heb je gegeten?

5

(64) Heb je gegeten

Als je in Nederland een bekende tegenkomt is de kans groot dat deze je begroet met ‘Hoe gaat het’? Het is dan niet gebruikelijk om eerlijk te antwoorden dat het niet zo goed gaat omdat je vrouw je verlaten heeft voor je beste vriend en dat je aambeien de laatste tijd ook weer zo opspelen.  Je hoort te zeggen: ‘Niet slecht’, of iets van die strekking. Dat is Nederlandse etiquette.

In China vraagt men niet hoe het gaat, maar zegt als begroeting ‘Nǐ chīle mǎ?’ wat letterlijk betekent ‘Heb je gegeten?’, maar in principe op hetzelfde neerkomt als het Nederlandse ‘Hoe gaat het ermee’. Deze standaard-begroeting benadrukt de centrale plaats die eten in de Chinese cultuur inneemt. Het is namelijk niet de bedoeling om bij zo’n begroeting – mocht je onverhoopt nog niet hebben gegeten – eerlijk met ‘nee’ te antwoorden. De begroeter zou zich dan nog wel eens geroepen kunnen voelen om je acuut mee naar een restaurant te nemen. Lees verder

Bijgeloof

2

(37) Bijgeloof

Niet onder een ladder doorlopen, bang zijn voor het getal dertien en zoeken naar klavertjes vier vallen onder de noemer bijgeloof in Nederland. Nu ken ik persoonlijk niemand die zich echt een ongeluk schrikt (al dan niet letterlijk) als er een zwarte kat voorbij komt wandelen. Men weet in Nederland wel wat bijgeloof is, maar gelooft er over het algemeen niet zwaar in en leeft er niet echt naar. In China ligt dat anders, daar zijn zaken die wij als bijgeloof zien een logisch onderdeel van het dagelijks leven. En het zijn compleet andere zaken dan wij in het westen kennen. Lees verder

Shū​shu, Gū​gu, Shī​fu​ of Āyí?

2

De schoonmaakster in kantoor spreken we aan met Āyí. De kaartjesverkoopster in de bus noem ik Āyí. Onze huisbaas noemen we Āyí. De vrouw die ik op straat de weg vraag spreek ik aan met Āyí, zo ook de buurvrouw. Zhang Yangs moeder noem ik Āyí. En al haar vriendinnen ook. Lees verder