Toen ik in 2005 voor het eerst voet op Chinese bodem zette waren er veel dingen die ik niet meteen begreep, waar ik me over verbaasde of waar ik gewoonweg om moest lachen. Bijna tien jaar China-ervaring hebben de meeste verbazing en onbegrip inmiddels wel weggenomen. Aan wat voor dingen wen je als je lang in China woont? Hierbij drie van mijn eigen ervaringen: Lees verder
Tag Archives: buitenlanders in China
Lekker eerlijk of onbeleefd?
2Van Nederlanders wordt gezegd dat we recht-vooor-z’n-raap zijn, geen blad voor de mond nemen en de dingen niet mooier laten lijken dan dat ze zijn. Als je aan een Nederlander vraagt of die witte broek je kont niet dik laat lijken, zal hij eerder eerlijk ja zeggen dan dat hij om de waarheid heendraait om maar beleefd te zijn. Je bent praktisch gezien immers slechter af als je rond blijft lopen in een broek die je niet staat, dan dat je jezelf misschien even niet prettig voelt bij het idee dat je kont er dik uitziet.
Chinezen kunnen goed om de hete brij heendraaien in verschillende opzichten. Zo zal een Chinees als je hem de weg vraagt en hij eigenlijk niet weet welke kant je op moet, je meestal toch een willekeurige richting insturen. Dat geeft hem minder ‘gezichtsverlies’ dan eerlijk zeggen dat hij het ook niet weet.
Ondanks dat hebben Chinezen er ook een handje van eerlijk en recht-voor-z’n-raap te zijn, maar dan op een heel andere manier dan Nederlanders. Lees verder
Over waarom je beter geen geld kunt geven aan Chinese bedelaars
81) Samen met een Duitse vriendin ben ik in de grootste boekenwinkel van Beijing. We kijken rustig rond, tot er een Chinese man van middelbare leeftijd naar ons toekomt. Hij is niet al te schoon, draagt oude kleren en met iedere zin die hij uitspreekt komt er een ongelooflijke walm uit zijn mond. Hij vertelt in niet al te slecht Engels dat hij net drie dagen met de trein onderweg is geweest van zijn thuisstad naar Beijing, omdat hij de volgende dag een belangrijk interview heeft. Dat hij tijdens die treinreis niets gegeten heeft, nu erg veel honger heeft en wil dat wij hem mee uit eten nemen.
Wij kijken elkaar vertwijfeld aan, want wie zit er nu te wachten op een wildvreemde, stinkende kerel die zegt dat je hem wel even mee uit eten kunt nemen? Lees verder
Over de grens: Judith in Beijing
1Regelmatig vragen mensen me meewarig of ik het nog wel volhoud, met al die luchtvervuiling. Of met alle voedselschandelen die in China steeds weer de kop opsteken. En daar heeft men een punt, want aan wonen in Beijng kleven een aantal belangrijke nadelen die ik helaas ook niet kan ontkennen.
De luchtvervuiling kan hier echt erg zijn, daarnaast regent het ’s winters niet en is de lucht zo droog dat het letterlijk pijn aan je huid kan doen. ’s Zomers is het snikheet en ’s winters is het steenkoud, de stad ligt op een hoogvlakte met vrijwel geen natuurlijke watertoevoer. Inderdaad, Beijing heeft haar natuurlijke kenmerken niet echt mee. Daarnaast is het een bijzonder grote en drukke stad, met veel migrantenarbeiders, waardoor het op straat chaotisch kan zijn, en waardoor het op veel plaatsen ook niet al te schoon is.
Ondanks alle bovenstaande ‘ellende’ kom ik al bijna tien jaar met veel plezier in Beijing en heb ik hier in totaal ruim 4 jaar gewoond, waarvan nu ruim 2 aaneengesloten. En ik voel me hier op mijn plaats, vermaak mezelf prima en woon hier goed. Wat maakt in Beijing wonen zo geweldig dat het opweegt tegen alle bovenstaande minpunten? Nou, onder andere het volgende… Lees verder
Een bijzondere mis van pastoor Wang
7Zoals jullie in de vorige post lazen, zat ik laast (voor het eerst in mijn leven!) in de kerkbanken tijdens een reguliere katholieke mis. In een kerk op het platteland van Shandong, waar een mis toch wel iets anders verloopt dan in Nederland. Hoe het eraan toegaat tijdens zo’n Chinese plattelandsmis kun je uitgebreid lezen in de vorige post.
Tijdens de mis van pastoor Wang zat ik samen met Zhang Yang, Wang Jiang en Zhang Li in de achterste kerkbank. Pastoor Wang is een goed spreker en hij betrok actualiteit in zijn preek, het was een toegankelijke mis. Halverwege zei hij ineens, uit het niets: “We hebben vandaag een bijzondere gast in ons midden, Zhūdí, een verre nazaat van pastoor Bó Yìsī (Jan Buis), een missionaris die in 1892 naar China kwam om het geloof te brengen.” Ik verstijfde op mijn bank want dat had ik niet aan zien komen. Het was de kerkgangers natuurlijk al opgevallen dat er een lǎowài aanwezig was, waar ze vriendelijk naar knikten maar verder niets over vroegen. Pastoor Wang gebaarde dat ik naar voren moest komen, alle aanwezigen draaiden zich naar mij om en ik kon niet anders dan naar het altaar lopen. Daar aangekomen deed pastoor Wang een stap naar achteren en gaf me zonder verdere inleiding de microfoon. Lees verder




