Spreek jij Chinees?

4

 

(159) Spreek jij Chinees

Iedere avond speelt er een groep van ongeveer tien kinderen buiten de ingang van het appartementencomplex waar we wonen. Vaak gaan ze op in hun spel, soms valt het ze op dat er een lǎowài naar binnen loopt en dat laten ze dan niet ongemerkt voorbij gaan. “Kijk, een lǎowài!” Roept iemand dan, waarna de rest aan komt lopen en alle kinderen vervolgens samen in koor hello! naar me te roepen. Als ik daarop nǐhǎo terug roep herhalen ze dat meestal ook in koor. Erg gezellig allemaal.

Toen dit laatst weer zo het geval was, liep ik daarna toevallig tegelijk met een andere bewoonster onze flat in. We wachtten samen op de lift en ze knoopte een gesprekje aan, dat als volgt verliep. Lees verder

Over hoe men mij in Hong Kong tot de islam wilde bekeren

2

(129) Over hoe men mij wilde bekeren

Als je in Hong Kong de roltrap neemt die je van Central naar de Mid-Levels brengt, kom je langs een oude moskee. Toen ik tijdens een bezoek aan Hong Kong de roltrap nam en langs de moskee kwam, zag ik buiten een bord staan met: ‘Open dag, iedereen welkom!’. Ik dacht: ik ben nog nooit in een moskee geweest, laten we eens gaan kijken. Lees verder

Een plattelandskerk in Hebei

3

(122) Plattelandskerk Hebei

Laatst maakten Zhang Yang en ik samen met vrienden een roadtrip naar de boeddhistische grotten en het hangende klooster bij Datong. Het mooie aan een roadtrip is dat je onderweg onverwachte dingen tegen kunt komen, en dat was ook deze keer het geval.

Er is een mooie nieuwe snelweg aangelegd die Beijing en de provincie Hebei verbindt met de achterliggende gebieden. De snelweg is het enige moderne aan Hebei; een provincie die uit landbouwgrond en kleine dorpjes bestaat en waar geen noemenswaardige stad te vinden is. Wij reden over de snelweg door de middle of nowhere, en ineens staat daar vlak naast de weg een enorme kerk. Zo een met twee markante torens met kruizen erop en al. Trouwe lezers weten dat ik ‘iets heb’ met katholieke kerken op het Chinese platteland, dus reden we prompt de snelweg af om uit te zoeken waar die kerk zo ineens vandaan kwam. Lees verder

Hard werken in een onzekere sector

(114) Zhang Li Wang Jiang in beeld

Zhang Li en Wang Jiang zijn al sinds het begin van hun studie bij elkaar en besloten al jong dat een carrière binnen een Chinees bedrijf niets voor hen was. Samen runnen ze het reisbureau Amazing World (Yolytour), gevestigd in Beijing. Vandaag vertellen ze op China2025.nl over hoe ze tot het oprichten van een gezamenlijk bedrijf kwamen en hoe het is om als zelfstandige in China te werken.

“Ik heb Engels gericht op toerisme gestudeerd”, begint Zhang Li. “Na afstuderen vond een baan bij een reisbureau waar ik een vergoeding van ¥100 per week kreeg. Dat is natuurlijk geen geld, maar zo kreeg ik wel de kans om werkervaring op te doen.”

Al snel legde ze contacten binnen de sector, en vond een stage waarvoor ze een vergoeding van ¥1,000 per maand kreeg: “De meeste bedrijven in China willen hun medewerkers zo weinig mogelijk kennis geven om te voorkomen dat ze hun ervaringen meenemen naar een beter betalende concurrent. Bij een reisbureau houdt dat in dat één medewerker alleen vliegtickets mag boeken, anderen alleen visumaanvragen voor één bepaald land mogen behandelen enzovoort. In dit bedrijf deden werknemers echter alle taken, en zo heb ik heel breed geleerd hoe de sector in elkaar zit.” Lees verder

In beeld: Li Wei uit Qiqihar

(98) Liwei in beeld

In deze nieuwe serie blogs op China2025.nl laten we Chinezen direct aan het woord. Over de Chinese maatschappij, hun eigen leven en wat hen bezig houdt. In deze eerste blog lezen we het verhaal van Li Wei (35). Ze is opgegroeid in de noordelijke provinciestad Qiqihar maar greep de eerste de beste kans aan om naar Beijing te verhuizen. Daar geniet ze allereerst van haar vrije leven.

Li Wei is in 1979 geboren in een buitenwijk van Qiqihar, dicht bij de Russische grens. Naar eigen zeggen is  ze van de laatste generatie die niet veel druk heeft gehad om succesvol te zijn. “Als kind kon ik na school buiten spelen. Ik hoefde niet naar bijles of muziekstudie, zoals kinderen in China vandaag de dag wel moeten van hun ouders. We hadden het vroeger niet breed, sliepen met het hele gezin op een kàng en deelden een gemeenschappelijk toilet met de hele buurt. Toen ik op de middelbare school zat ging het langzaam beter met de Chinese economie en konden we naar een appartement verhuizen.”

Al vrij jong voelde Li Wei dat Qiqihar te klein voor haar was. “Ik wilde er weg, naar de grote stad. Mijn oudere broer heeft nooit de ambitie gehad om te studeren, waardoor ik van mijn ouders ook geen druk kreeg om tot een universiteit te worden toegelaten. Die keuze heb ik zelf bewust gemaakt.” Lees verder